zondag 10 juli 2011

Houd de dieven!

Elke keer wanneer je het deksel van de kast licht, hangt er wat spanning in de lucht. Want in de tijd tussen de vorige en deze keer, is het volkje natuurlijk r/lustig zijn gang gegaan en tien dagen zijn een paar bijendecennia...

Zijn ze nog goed bezig?
Of misschien te goed...misschien zijn ze met te veel en willen ze gaan zwermen?
Hebben ze nog genoeg stuifmeel?
Waar zit het broednest?
Hebben ze te veel of te weinig plaats in de honingzolder?
En vooral: zijn er verse eitjes, want dat betekent dat de koningin er nog altijd is...

Bijen houden is een oefening in leren lezen en soms hoef je zelfs de kast niet open te doen om te weten dat het (niet) goed is...

Een eerste lezing gebeurt op de vliegplank en het vlieggat...


Is er beweging en in welke richtingen gaan die?
Een bij kent haar kast, en als ze terug komt van een haalvlucht, zie je haar meestal van een drietal meter hoogte gezwind landen op haar eigen vliegplank. Aan de ingang wordt ze besnuffeld door de poortwachters en als ze iets mee heeft, mag ze zonder problemen naar binnen.

Vluchtjes van de ene kast naar de andere, zijn niet normaal...

Een tweede lezing gebeurt op de varroaplank: vele kasten hebben onderaan een gaasbodem, met daaronder een lade waarop je kunt 'lezen' wat er door die gaasbodem valt:
Het aantal dode varroamijten zegt iets over de gezondheid van het volk.
Hier en daar ligt een verloren brok stuifmeel, of wat poten en vleugels
En soms liggen er heel veel waskorrels, wat betekent dat de honingvoorraad plots is aangesproken...ofwel hadden ze plots grote honger, ofwel hebben rovers de kast geplunderd...



Rovers?

In periodes met veel bloei, komt roverij amper voor, want de nectar kan niet snel genoeg binnen komen. Dit verandert snel als er weinig of niets te oogsten valt. Wanneer ze technisch werkloos vallen, draaien sommige volken er hun pootjes niet voor om om te gaan stelen bij de buren. Kleine, zwakke of zieke volken zijn dan gemakkelijke slachtoffers.

Vrijdag twee van de drie opstartende kasten op de Vooruit bijna leeg teruggevonden. De derde aflegger had zich wel gehandhaafd tegen de 'grotere' kasten.

Van de twee grote kasten, was er eentje opvallend vol (de rovers!), terwijl de andere wel met genoeg bijen zit, maar niet overloopt van de honing...  Waarschijnlijk was er een plotselinge val in de dracht...

Jammer voor de bijtjes, en voor de imker die het volgend jaar al met twee volkjes minder zal moeten doen. Aan de andere kant een typisch voorbeeld van 'survival of the fittest' en gelukkig is er toch een kleine David die het is gelukt om een reuzenroversaanval af te slaan.

woensdag 6 juli 2011

Waar honing is...

Deze week een paar keer gedacht om samen met de bijen in de kast te kruipen... aandacht voor de bijen is de max, maar ‘k had niet verwacht om er zelf ook zoveel te krijgen.

Bovendien zijn de bijen de honingmakers, en heb ik er de laatste weken meer over gebabbeld dan er eigenlijk aan gewerkt.

Lang leve de bijtjes dus!

(Bij nader inzien toch maar uit de kast gebleven,  met de bedenking dat zij mijn aanwezigheid waarschijnlijk net zo hard op prijs zouden stellen als ik hun onverdeelde, stekelige aandacht)

Ondertussen was de eerste honing een maand geoogst en klaar om te potten.  Plakken deed hij al, nu nog enkele dagen wachten tot de etiketten hetzelfde doen.


Zaterdag vanaf 10u  Gentse honing in Spinnerstraat13 in de Brugse Poort.

De eerste oogst is bijna volledig gereserveerd, maar geen nood… eind juli slingeren we een tweede keer en vanaf 13 augustus is die te verwachten...

donderdag 23 juni 2011

Bijenwolk

in goede en kwade dagen

Een krantenartikel, enkele fikse regenbuien, drie koninginnen, een bijenslagveld en een dikke steekvinger later…
Elk volk heeft zo zijn eigen karakter. Het ene is als een dieseltrein, dat maar heel traag op gang komt en dan plots van geen stoppen weet. De andere klitten het kleinste gaatje dicht met propolis, zodat je bij elke controle de helft van de kast moet openbreken. Nog andere zijn bijna aaibaar. En dan zijn er die kasten waarbij het zweet je uitbreekt als je nog maar denkt aan het feit dat je ze de volgende dag gaat open maken…ze ruiken je al van 30 m afstand (en nee, niet van dat zweet van gisteren want je hebt ondertussen al gedoucht) en beginnen massaal rond je hoofd te zoemen. Zodra het deksel van de kast gaat, stijgt het gezoem tot onheilspellende hoogtes en voor je ’t weet, zoeken ze dat plaatsje waar je sokken het dunst zijn en planten ze in ware kamikazestijl hun achterwerk in je enkels.
Bijen hoeven voor mij niet mak te zijn, maar als enkele van mijn volken zo aanstekelijk zijn, dan moet daar iets aan veranderen. In dit geval is dat ‘iets’ de koningin: zij en zij alleen is de drager van alle erfelijke materiaal van het volk, en dus ook de karaktereigenschappen ervan.
De koningin is de enige madam in de kast met ontwikkelde eierstokken. Eenmaal ze uit haar traancel is gelopen,



gaat ze kort daarna op bruidsvlucht: in volle vlucht paart ze met een vijftiental darren. Voor de darren is dit niet minder dan een salto mortale want telkens er eentje zijn ding heeft gedaan, trekt hij zich terug, waarbij zijn hele mannelijkheid wordt afgerukt. ’t Is een ware amazone, ons koninklijk madam.

Eenmaal haar zaadzakje vol is, keert ze terug naar de kast en afhankelijk van dat genetisch materiaal, is het karakter van je volk anders.
Omdat ik zat met een drietal wel heel stekelige kasten, had ik bij een collega imker enkele zachtaardige koninginnen besteld. Die zijn geweekt in zachtaardige volken en hebben gepaard met darren uit zachtaardige volken.
Zaterdag de regen getrotseerd om de koninginnen op te halen; waarna ik ze al een dag in de kast  liet hangen om de nieuwe koninginnengeur te verspreiden.

Zondag koninginnendag… men zoeke de oude koningin in, men brengt de nieuwe koningin in op zo’n en zo’n manier en klaar… zo zegt het kookboek van de imker.
In de realiteit gaat dat zo: men is negen uur aan een stuk bezig in drie kasten. De eerste twee lukken nog redelijk maar in die derde blijft men maar zoeken naar die ongemerkte rosse teef op een kast die overloopt van de bijen en men heeft ze nog niet. Ondertussen zijn twee kamikazemadammen erin geslaagd om aan de verkeerde kant van het pak te zitten en hebben er drie door de leren handschoenen hun angel geplant in dezelfde vinger, waarna die toch lichtjes onbeweeglijk wordt.
Waarna je de handschoen in de ring gooit, en een nieuw kastje opstart met ‘de brave’, in de hoop dat je de twee ooit kunt verenigen en dat ‘de goeie’ dan mag winnen.

donderdag 9 juni 2011

Honing

Maar waarom doen jullie dat eigenlijk, bijen houden?
Net alsof ik iemand zou vragen waarom hij of zij nu eigenlijk gaat surfen, postzegels verzamelt, of vogels gaat kijken. Passie en rationaliteit zijn dingen die nu eenmaal niet zo goed samen gaan.
En dan is er natuurlijk het slingeren van de honing. De spanning die je voelt wanneer je de loodzware kasten eraf haalt

de geur van was, propolis en honing 

diezelfde geur die bij het openrijten van de wasdeksels eerst aan je handen plakt, dan aan je haar en vervolgens aan alles.

Het zachte slingergeluid en het nog zachter kletteren van de honing tegen de wand van de slinger.


En eenmaal alle ramen van een locatie zijn geslingerd, dan mag de kraan open, en wat je ziet is letterlijk vloeibaar goud.

En lekker dat dat is!
Nu nog een aantal weken roeren en laten afrijpen en vanaf dan is de honing te verkrijgen in de Spinnerstraat...


dinsdag 31 mei 2011

Zal de stad de bijen redden?


Zondag 5 juni om 14 u in de St-Baafsabdij.
Meer informatie op: http://www.burenvandeabdij.be/zal-de-stad-de-bij-redden/

In b(l)ijde honingverwachting

Donderdag slingerdag!

Maar voor we met die blije plakkerige zwengelboel kunnen beginnen, moet er nog een en ander gebeuren.
Het slingermateriaal wordt uit alle hoeken tevoorschijn gehaald en afgewassen: slinger, grote en kleine zeven, voedselemmers, wasdekselschrapers  en al de rest om dat vloeibaar goud uit de raten te halen.
Bijen zitten ook niet echt te wachten op de imker die hun schatkist komt plunderen, en om al te veel verdedigingsaanvallen te vermijden, is het handig dat de honingzolder niet vol bijen zit wanneer je die weghaalt. Daar zorgt de ‘bijendrijver’ voor:  tussen de honingzolder en de broedbak komt een labyrinth. Omdat de bijen zich af en toe in ’t parfum van madam de koningin willen wentelen, dalen ze af naar de broedbak en ze vinden wel een weg uit het labyrinth, maar raken er daarna niet meer terug in. Zo hoef je na twee dagen maar enkele tientallen bijen van de honingramen te schudden, in plaats van een paar duizend.





donderdag 19 mei 2011

Alarm!





Stel je voor...

Je zit met heel je volkje gezellig in het donker
lekker warm, een graad of 35
de kast geurt heerlijk naar een mengeling van 't parfum van madam de koningin, propolis, was en honing
en iedereen voert in een rustige naarstigheid zijn werk uit

En plots...

kuch reutel reutel,
wordt er een vlaag stinkende rook naar binnen gespoten,
het licht gaat aan, veel te fel
de kou stroomt binnen, honingramen worden opengereten door de wrijving en af en toe krijg je een flinke stoot door die lompe imkertrien die onze zorgvuldig dichtgeplakte ramen niet meteen loskrijgt.

Hoe zou je zelf zijn... tieren, dreigen en scheten laten van de schrik?

Inderdaad...
het gezoem stijgt, de poepkes gaan dreigend de lucht in en alarmferomonen worden verspreid.

Dat is wat er op dit moment elke week gebeurt, en dat is niet leuk... niet voor de bijen en niet voor de imker. Aan de andere kant is bijen houden in de stad niet hetzelfde als op het platteland en kun je je zwermen niet zomaar laten vliegen of er op onmogelijke hoogtes achteraan hossen. Dus is het zoeken naar een evenwicht en dingen uitproberen.


Het tweede Werk van Barmhartigheid

Werksterbijen doorlopen in hun -zesweekse- leven een heel takenpakket.

Eenmaal een bij is 'geboren' (of liever het wasplaatsje kapot knabbelt, totdat er plots twee voelsprieten en een grijs bijtje naar buiten komen) gaat ze op schooi naar wat nectar om op krachten te komen.

En vanaf dan begint haar blitzcarrière:

In de eerste drie weken evolueert ze van poetsvrouw naar kinderverzorgster, daarna wordt ze metselaar, rekkenvuller en buitensmijter.

Veel werkervaring, polyvalent en multifunctioneel en dat doet ze dus bovendien nog eens allemaal uiterst efficiënt en effectief...de codewoorden en de natte droom van elke Vlaamse werkgever.

De volgende drie weken strekt ze haar vleugels uit en gaat ze op zoek naar nectar, stuifmeel, propolis en water. Vooral dat laatste vraagt veel energie en daarom is het goed voor het bijenvolk wanneer er een waterbron in de nabijheid is.

In Gent aan water geen gebrek, maar tot nu toe hadden we er geen idee van hoe en waar de bijen water gingen zoeken. Tot er plots honingbijen werden gesignaleerd in de vijver van het Pierkespark.


De algen in de vijver zijn verzadigd van water en zorgen ervoor dat ons madammen zonder verzuipingsgevaar hun dorst en dat van de rest van de kast kunnen lessen.

In imkertaal is dit de bijenkroeg, nu ook nog een imkerkroeg in de Bruugse Puurte.