vrijdag 11 mei 2012

Ontploffing van een meidoorn


Godendrank

Mede of ambrozijn stond zowel bij de oude Grieken, Egyptenaren als Scandinaviërs bekend als dè godendrank bij uitstek. De honingdrank zou geesten doen gisten en zo de wijsheid bevorderen.

Je zou voor minder gaan brouwen...

De wassmelter leverde vorige week niet alleen 'goudklompjes' op, maar ook een zestal liter honing. Die was nog aan de wasdeksels blijven plakken. Alleen kan honing die werd opgewarmd boven de 40 graden, enkel nog dienst doen als zoetstof, want alle 'goede' eigenschappen zijn eruit verdwenen en hij blijft ook vloeibaar. Geen honing dus om op je boterham te smeren...

Maar omdat je niet altijd peperkoek kunt bakken, begon de zin om mede te brouwen op te borrelen...

Eerst laat je de honing aangelengd met water borrelen op het vuur,
daarna de wijngist en wat zuren erbij en nu mag de mede een jaar lang staan gisten...

we zien hoopvol uit naar zoveel opborrelende wijsheid...




dinsdag 1 mei 2012

Geen weer...

...om een bij door te jagen, dat was wat de voorbije weken meermaals door mijn hoofd ging. Een imker al evenmin.

De honingzolders stonden al op de kasten, de bijenvolkjes waren aan het groeien en lijdzaam zag ik toe hoe de bloesems open stonden en hoe de bijen in elk zonverlicht moment hun leven riskeerden om tussen de buien door toch wat nectar binnen te halen. Kleine sukkeltjes toch.

Omdat lijdzaam toezien weinig zin heeft, heb ik dan maar een van die bijentaakjes aangepakt dat al heel lang stond te wachten: was smelten.

Was is nog één van de zotte bijenproducten...


Jonge werksterbijen zweten was via hun wasklieren. Die semi-vloeibare was wordt van de waszwetende bij over genomen door collega's die rond haar hangen en zo doorgegeven tot ze iets harder maar nog altijd kneedbaar is, om er zo'n perfecte zeshoek mee te maken. In die zeshoekige vormpjes stockeren de bijen honing en stuifmeel, maar het is ook de plaats waar de koningin haar eitjes legt, die daarna larven worden, verpoppen, waarna nieuwe bijen worden geboren.

 Die was geeft één van de typische geuren van een bijenkast en ziet er in het begin wit-gelig uit. Na een aantal jaren wordt de was bruin tot zwart door de vele bijen die erin zijn uitgebroed en om ziektes te vermijden worden de raten gesmolten. Ook de dekseltjes bij de honingoogst kun je smelten.





Maar zo'n pot was zet je niet zomaar op het vuur, dat doe je bijvoorbeeld wel in een stoomwassmelter




 Bij het smelten wordt de was vanzelf gescheiden van de vuile deeltjes.

Het huis had wel wat weg van een sauna, maar na anderhalve dag smelten, hadden we een heel erg plakkerige vloer, een zuiver velleke en 3 goudklompjes was.


Die kan worden hergebruikt om waswafels te gieten, een soort basis waar de bijen hun cellenstructuur driedimensionaal verder opbouwen.

Of om kaarsen te gieten natuurlijk...om die dan aan te steken zodat het zonnetje vanaf nu iedere dag moge schijnen, de biekes veel bloemen mogen vinden en de honingoogst overvloedig moge zijn.



donderdag 22 maart 2012

Klein wonder


Elk volkje heeft zo zijn eigen karakter:
het ene volkje is quasi knuffelbaar
terwijl een ander niet echt blijk geeft van de ijverigheid waarvoor ze normaal symbool staan
een derde kast plakt elk kiertje in zijn kast potdicht met propolis (over dat wonderlijk goedje moet ik het trouwens ooit nog eens hebben)
en dan heb je soms van die volkjes die zo pisnijdig zijn en waarvan je tijdens de winter stilletjes denkt dat, als er dan toch een volkje moet sterven, dit toch wel ‘the one’ mag zijn…
(sssssssst…tegen niemand zeggen…)
intussen heb ik van de buitenkant wel al willen zien dat er in elke kast toch al een beetje leven zit. Dat is nog geen garantie, maar mijn hart maakte toch al een voorbarig sprongetje, zelfs voor die lastpakken.
Maandag heb ik zo’n lastig volkje verplaatst en o wonder, tijdens die verplaatsing is geen enkel bieke ontsnapt. Toen het vlieggat terug open ging, kwamen ze zelfs niet met hun stekende poep eerst naar buiten.
Ik heb daarna nog een half uur vertederd staan kijken…hoe een vroege zonnestraal zo’n klein mormeltje naar buiten provoceerde, hoe dat mormeltje toch wel heel veel moeite deed om zich uit de kast te wurmen, en dat dat te maken had met wat mormeltje in haar pootjes had: een dode bij. Uiteindelijk stond ze klaar voor lancering, met dooie lading en al en een paar seconden later steeg ze vol courage op om haar pakje over de muur van de kloostertuin te droppen, zo ver mogelijk van de kast.

Als die camera nu maar scherp had gesteld, dan had ik er wel tien keer opnieuw naar kunnen kijken…
Op zo’n moment kun je je echt niet voorstellen dat je ze ooit dood hebt gewenst
Morgen -hopelijk- kasten kijken!

donderdag 8 maart 2012

Bzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz

Een stilte van september tot maart, blijkbaar had de imker een winterslaap nodig…
[grote geeuw]
En  de bijen?
Die zitten in wintertros.
Eens alle darren uit de kast zijn gezet, de laatste bloeiers leeg gezogen en de temperaturen een flinke tik gezakt, kruipen alle bijen heel dicht op mekaar, met de koningin in het midden.
De hele dag door is het een gekrioel van jewelste, waarbij de warme binnenste bijen naar de buitenkant wriemelen, daar wat honing halen uit hun zeshoekige voorraadkastjes, afkoelen, maar door de honing weer energie krijgen om nog meer te wriemelen. Zo wriemelen ze zich warm en wordt de rest van de tros mee warm gewriemeld.
Je zou het er zelf bijna warm van krijgen.
Tijdens die winterperiode komen de bijen niet of amper buiten, en blijven ook de achterlijfsegmenten stevig op elkaar om de kast niet te bevuilen (u leest het goed: een paar maanden geen bezoekjes aan de grote wc).
Je zou voor minder blij zijn dat het lente wordt.
Ondertussen is het voor de imker een van de spannendste momenten van het jaar: hoeveel volkjes hebben de winter overleefd? En in welke staat? Nog even aftellen tot de eerste warme dagen voor de voorjaarscontrole.
Maar vrijdag heb ik de eerste bloeiende boom gezien en  zaterdag zag Marijn de eerste verdwaalde bij…
…na lente

zondag 2 oktober 2011

Miel béton

Betonhoning, dat is hoe de Fransen hun stadshoning liefkozend noemen. Ik betwijfel of dit koosnaampje de stadshoning meteen geliefder maakt. Maar wáár vinden die bijen in ’s hemelsnaam hun voedsel? De verwondering dat die insecten nectar vinden in een zogenaamde betonwoestijn blijft ook bij menig Gentenaar bijzonder groot.


blije bijen oogsten een betonwoestijn ((c) Karl Van Ginderdeuren)


De haaldrift van onze bijen bewijzen dat er in Gent nog redelijk wat bloemen te oogsten vallen.
Waar ze dan precies naartoe gaan, luidt de volgende vraag steevast. Overtuigd geef ik dan een omstandige uitleg. Natuurlijk gaat een imker niet achter zijn bijen aanhollen en eigenlijk heeft hij dus amper een benul waar zijn half miljoen huisdieren hangen rond te zoemen. Ook ik niet dus.
Nochtans was het heel lang geleden, in de tijd van de honingjagende mens vaak omgekeerd: die zag ze wel vliegen maar wist niet waar het bijenvolk zich ophield.


De slimmeriken lokten de bijen naar witte tarwebloem die dan aan hun harige lijfje bleef kleven. Het witte projectiel was veel makkelijker te volgen en zo kwam men de honing op het spoor. Deze techniek heet ‘coursing’; Als je me dus met een zak tarwebloem achter een bij aan ziet hossen, dan weet je hoe laat het is. En laat me gerust weten wanneer je een wit bijtje ziet…

Imker is het tweede oudste beroep ter wereld – hiëroglyph voor imker


De oudste imkers waren dus eigenlijk honingjagers. Het domesticeren van bijen ging hand in hand met het ontstaan van landbouw, zo’n 10.000 jaar geleden. Het sedentair worden heeft hier en daar intussen monstrueuze vormen aangenomen maar ook in die ontstane betonwoestijnen worden nog steeds bijen gehouden. Van bijenhouderij wordt gezegd dat het het tweede oudste beroep ter wereld is. Maar ’t bloed kruipt waar het onkruid niet vergaat. Of zoiets.