woensdag 31 augustus 2011

Darrenslacht


Het klinkt als een of andere veldslag tijdens de Tweede Wereldoorlog... De darrenslacht is het teken dat het bijenseizoen op zijn eind loopt en onze dames zich aan het voorbereiden zijn op een gezellig winteronderonsje... zonder mannen.

In de bijenkast heb je drie verschillende soorten bijen:
  • Hare majesteit madam de koningin, die de hele godganse dag eitjes legt
  • Een paar tienduizend werksterbijen 
  • En van het voorjaar tot de late zomer de darren, die dikke, brommende en ietwat lompe mannetjesbijen die er enkel zijn in het geval er ooit eens een koningin moet worden bevrucht, maar het grootste deel van de tijd vooral lui zitten te wezen en zich laten vol steken met kostbare honing.
Van het voorjaar tot de late zomer dus...

Daarna breekt de periode aan voedselbronnen schaarser worden en onze amazones niet meer geneigd zijn die nietsnutten zomaar te voederen. In die late zomer gaan onze dierbare darren niet vanzelf dood, maar worden ze daarbij een lustig handje geholpen door hun zusjes.

De werksterbijen drijven de darren de dan ijverig de kast uit. Door de kou en gebrek aan voedsel, geven die er het loodje aan. En als ze durven weerstand te vertonen, nemen de kleine werksterbijen de grotere darren zonder problemen in een dubbele nelson om ze van de vliegplank af te gooien.

Hieronder de darrenslacht in volle actie

























vrijdag 19 augustus 2011

Les 2 (telefonisch): hoe vang ik een zwerm?

Elke imker krijgt er vroeg of laat wel eens mee te maken: een zwerm. Het woord op zich klinkt al poëtisch.

In feite is een zwerm de echte voortplanting van een bijenvolk: de bijen worden zodanig talrijk dat de geurstoffen van de koningin niet meer alle bijen bereiken. Het volk wordt 'zwermdriftig': ze dwingen de koningin enkele eitjes te leggen in speciale traanvormige cellen. Nadat het eitje een larve is geworden, krijgt het drie dagen supervoedsel en worden de koninginnencellen afgesloten. Een deel van de bijen slurpt zich vol honing en hare oude koninklijke hoogheid onderneemt de tweede vlucht uit haar leven met een deel van het volkje om een nieuwe kolonie op te starten, terwijl de nieuwe koningin de oude kolonie overneemt.

Voor een imker betekent dit een gemakkelijke manier om een nieuw volkje te verkrijgen (als hij zijn zwerm te pakken krijgt) en/of een verlies van een deel van zijn honing, omdat de vertrekkende bijen ermee aan de haal gaan.

Het zwermschepnet lag dus al een tijdje klaar, voor het geval een oproep zou komen. En ergens begin juli leek het eindelijk zo ver: de paters Karmelieten uit de Burgstraat zaten met een zwerm. In een handomdraai werd alle imkermateriaal bij mekaar gepakt en een kwartier later stonden we in de prachtige abdijtuin te kijken naar...een wespennest.

Twee dagen later volgde opnieuw een mailtje: in een oude compostbak in Mariakerke zat een bijenzwerm. Volgens de eigenaars van de compostbak zaten er raten in, dus waren we er deze keer van overtuigd dat we er een volkje bij hadden. Maar eenmaal ter plaatse bleek het te gaan om...een hommelnest.

Toen mijn zus enkele dagen later belde dat er een bijenzwerm in haar tuin zat, was ik niet onmiddellijk overtuigd, maar haar beschrijving 'een bolvormige tros met heel veel bijen in een boom', deed alle twijfel wegsmelten.




Alleen ligt de Westhoek niet naast de deur en zij kwamen de volgende dag toch richting Gent...

"Zus, [ik heb dit zelf nog nooit gedaan en weet het alleen van horen zeggen, maar dat zeg ik hier even niet], het is helemaal niet zo moeilijk. De bijen zitten vol honing en zijn dus niet zo agressief. Je zorgt gewoon dat je met zijn tweeën goed bent ingepakt, dan houdt de ene een doos onder de zwerm, terwijl de andere een flinke duw aan de tak geeft, en normaalgezien vallen ze dan mooi in de doos. En als je maar een deeltje hebt, maar de koningin zit erin, dan volgen de anderen wel vanzelf."

Zo gezegd, zo gedaan...Ik hoorde anderhalf uur niets, maar daarna volgde het bericht dat het was gelukt en de volgende dag kwam de zwerm aan in Gent, samen met de foto's...




dinsdag 16 augustus 2011

Kiekeboe

© Karl Van Ginderdeuren

Stadsimkers waren even op fietsvakantie...


... maar vliegen er nu weer in.

Binnenkort weer nieuwtjes over honing oogsten, honing inpotten, zes verdiepingen suiker slepen en lessen 'zwermen vangen' over de telefoon...

zondag 10 juli 2011

Houd de dieven!

Elke keer wanneer je het deksel van de kast licht, hangt er wat spanning in de lucht. Want in de tijd tussen de vorige en deze keer, is het volkje natuurlijk r/lustig zijn gang gegaan en tien dagen zijn een paar bijendecennia...

Zijn ze nog goed bezig?
Of misschien te goed...misschien zijn ze met te veel en willen ze gaan zwermen?
Hebben ze nog genoeg stuifmeel?
Waar zit het broednest?
Hebben ze te veel of te weinig plaats in de honingzolder?
En vooral: zijn er verse eitjes, want dat betekent dat de koningin er nog altijd is...

Bijen houden is een oefening in leren lezen en soms hoef je zelfs de kast niet open te doen om te weten dat het (niet) goed is...

Een eerste lezing gebeurt op de vliegplank en het vlieggat...


Is er beweging en in welke richtingen gaan die?
Een bij kent haar kast, en als ze terug komt van een haalvlucht, zie je haar meestal van een drietal meter hoogte gezwind landen op haar eigen vliegplank. Aan de ingang wordt ze besnuffeld door de poortwachters en als ze iets mee heeft, mag ze zonder problemen naar binnen.

Vluchtjes van de ene kast naar de andere, zijn niet normaal...

Een tweede lezing gebeurt op de varroaplank: vele kasten hebben onderaan een gaasbodem, met daaronder een lade waarop je kunt 'lezen' wat er door die gaasbodem valt:
Het aantal dode varroamijten zegt iets over de gezondheid van het volk.
Hier en daar ligt een verloren brok stuifmeel, of wat poten en vleugels
En soms liggen er heel veel waskorrels, wat betekent dat de honingvoorraad plots is aangesproken...ofwel hadden ze plots grote honger, ofwel hebben rovers de kast geplunderd...



Rovers?

In periodes met veel bloei, komt roverij amper voor, want de nectar kan niet snel genoeg binnen komen. Dit verandert snel als er weinig of niets te oogsten valt. Wanneer ze technisch werkloos vallen, draaien sommige volken er hun pootjes niet voor om om te gaan stelen bij de buren. Kleine, zwakke of zieke volken zijn dan gemakkelijke slachtoffers.

Vrijdag twee van de drie opstartende kasten op de Vooruit bijna leeg teruggevonden. De derde aflegger had zich wel gehandhaafd tegen de 'grotere' kasten.

Van de twee grote kasten, was er eentje opvallend vol (de rovers!), terwijl de andere wel met genoeg bijen zit, maar niet overloopt van de honing...  Waarschijnlijk was er een plotselinge val in de dracht...

Jammer voor de bijtjes, en voor de imker die het volgend jaar al met twee volkjes minder zal moeten doen. Aan de andere kant een typisch voorbeeld van 'survival of the fittest' en gelukkig is er toch een kleine David die het is gelukt om een reuzenroversaanval af te slaan.

woensdag 6 juli 2011

Waar honing is...

Deze week een paar keer gedacht om samen met de bijen in de kast te kruipen... aandacht voor de bijen is de max, maar ‘k had niet verwacht om er zelf ook zoveel te krijgen.

Bovendien zijn de bijen de honingmakers, en heb ik er de laatste weken meer over gebabbeld dan er eigenlijk aan gewerkt.

Lang leve de bijtjes dus!

(Bij nader inzien toch maar uit de kast gebleven,  met de bedenking dat zij mijn aanwezigheid waarschijnlijk net zo hard op prijs zouden stellen als ik hun onverdeelde, stekelige aandacht)

Ondertussen was de eerste honing een maand geoogst en klaar om te potten.  Plakken deed hij al, nu nog enkele dagen wachten tot de etiketten hetzelfde doen.


Zaterdag vanaf 10u  Gentse honing in Spinnerstraat13 in de Brugse Poort.

De eerste oogst is bijna volledig gereserveerd, maar geen nood… eind juli slingeren we een tweede keer en vanaf 13 augustus is die te verwachten...

donderdag 23 juni 2011

Bijenwolk

in goede en kwade dagen

Een krantenartikel, enkele fikse regenbuien, drie koninginnen, een bijenslagveld en een dikke steekvinger later…
Elk volk heeft zo zijn eigen karakter. Het ene is als een dieseltrein, dat maar heel traag op gang komt en dan plots van geen stoppen weet. De andere klitten het kleinste gaatje dicht met propolis, zodat je bij elke controle de helft van de kast moet openbreken. Nog andere zijn bijna aaibaar. En dan zijn er die kasten waarbij het zweet je uitbreekt als je nog maar denkt aan het feit dat je ze de volgende dag gaat open maken…ze ruiken je al van 30 m afstand (en nee, niet van dat zweet van gisteren want je hebt ondertussen al gedoucht) en beginnen massaal rond je hoofd te zoemen. Zodra het deksel van de kast gaat, stijgt het gezoem tot onheilspellende hoogtes en voor je ’t weet, zoeken ze dat plaatsje waar je sokken het dunst zijn en planten ze in ware kamikazestijl hun achterwerk in je enkels.
Bijen hoeven voor mij niet mak te zijn, maar als enkele van mijn volken zo aanstekelijk zijn, dan moet daar iets aan veranderen. In dit geval is dat ‘iets’ de koningin: zij en zij alleen is de drager van alle erfelijke materiaal van het volk, en dus ook de karaktereigenschappen ervan.
De koningin is de enige madam in de kast met ontwikkelde eierstokken. Eenmaal ze uit haar traancel is gelopen,



gaat ze kort daarna op bruidsvlucht: in volle vlucht paart ze met een vijftiental darren. Voor de darren is dit niet minder dan een salto mortale want telkens er eentje zijn ding heeft gedaan, trekt hij zich terug, waarbij zijn hele mannelijkheid wordt afgerukt. ’t Is een ware amazone, ons koninklijk madam.

Eenmaal haar zaadzakje vol is, keert ze terug naar de kast en afhankelijk van dat genetisch materiaal, is het karakter van je volk anders.
Omdat ik zat met een drietal wel heel stekelige kasten, had ik bij een collega imker enkele zachtaardige koninginnen besteld. Die zijn geweekt in zachtaardige volken en hebben gepaard met darren uit zachtaardige volken.
Zaterdag de regen getrotseerd om de koninginnen op te halen; waarna ik ze al een dag in de kast  liet hangen om de nieuwe koninginnengeur te verspreiden.

Zondag koninginnendag… men zoeke de oude koningin in, men brengt de nieuwe koningin in op zo’n en zo’n manier en klaar… zo zegt het kookboek van de imker.
In de realiteit gaat dat zo: men is negen uur aan een stuk bezig in drie kasten. De eerste twee lukken nog redelijk maar in die derde blijft men maar zoeken naar die ongemerkte rosse teef op een kast die overloopt van de bijen en men heeft ze nog niet. Ondertussen zijn twee kamikazemadammen erin geslaagd om aan de verkeerde kant van het pak te zitten en hebben er drie door de leren handschoenen hun angel geplant in dezelfde vinger, waarna die toch lichtjes onbeweeglijk wordt.
Waarna je de handschoen in de ring gooit, en een nieuw kastje opstart met ‘de brave’, in de hoop dat je de twee ooit kunt verenigen en dat ‘de goeie’ dan mag winnen.

donderdag 9 juni 2011

Honing

Maar waarom doen jullie dat eigenlijk, bijen houden?
Net alsof ik iemand zou vragen waarom hij of zij nu eigenlijk gaat surfen, postzegels verzamelt, of vogels gaat kijken. Passie en rationaliteit zijn dingen die nu eenmaal niet zo goed samen gaan.
En dan is er natuurlijk het slingeren van de honing. De spanning die je voelt wanneer je de loodzware kasten eraf haalt

de geur van was, propolis en honing 

diezelfde geur die bij het openrijten van de wasdeksels eerst aan je handen plakt, dan aan je haar en vervolgens aan alles.

Het zachte slingergeluid en het nog zachter kletteren van de honing tegen de wand van de slinger.


En eenmaal alle ramen van een locatie zijn geslingerd, dan mag de kraan open, en wat je ziet is letterlijk vloeibaar goud.

En lekker dat dat is!
Nu nog een aantal weken roeren en laten afrijpen en vanaf dan is de honing te verkrijgen in de Spinnerstraat...